VVPR-bis: hoe werkt 18% roerende voorheffing op dividend?
Wie een BV heeft of overweegt, hoort vroeg of laat over VVPR-bis. Het regime laat toe om dividend uit te keren aan 18% roerende voorheffing in plaats van 30%, maar er zijn voorwaarden en een wachttermijn. Dit artikel legt uit hoe het werkt en wat je in de vroege jaren kunt doen.
Wat is VVPR-bis?
VVPR-bis staat voor Verlaagde Voorheffing / Précompte Réduit bis. Het is een Belgisch fiscaal regime dat kleine vennootschappen toelaat om dividend uit te keren aan een verlaagd tarief roerende voorheffing. Normaal bedraagt de roerende voorheffing op dividend 30%. Via VVPR-bis daalt dat naar 18% (voor dividenden toegekend vanaf 1 juli 2026), mits je aan de voorwaarden voldoet en de vennootschap lang genoeg bestaat.
Voor een Belgische particuliere aandeelhouder is de ingehouden roerende voorheffing doorgaans bevrijdend: wat de vennootschap inhoudt bij uitkering, hoef je niet meer te vermelden in je persoonlijke belastingaangifte. Het verschil tussen 30% en 18% is dan ook rechtstreeks netto voordeel.
Het regime werd ingevoerd in 2013 om ondernemerschap te stimuleren en geldt voor nieuwe aandelen uitgegeven naar aanleiding van een inbreng in geld vanaf 1 juli 2013. Een vennootschap opgericht vóór die datum kan in bepaalde gevallen toch VVPR-bis-aandelen hebben via een latere kapitaalverhoging in geld — dit vergt een aparte analyse.
De tarieven per jaar
Het VVPR-bis-tarief is niet meteen van toepassing vanaf de oprichting. Het bouwt op naarmate de vennootschap ouder wordt. Voor aandelen uitgegeven vanaf 1 januari 2026 geldt een binair schema: 30% de eerste drie boekjaren, daarna 18%.
Het verlaagde tarief geldt voor dividenden toegekend uit de winstverdeling van het derde boekjaar na het boekjaar van de inbreng. Concreet bij een kalenderboekjaar: wie een BV opricht in 2026, kan ten vroegste dividend uitkeren aan 18% uit de winst van boekjaar 2029 — en dat dividend wordt doorgaans beslist op de algemene vergadering in 2030. Het schema hieronder is een vereenvoudigd voorbeeld voor aandelen uitgegeven door geldinbreng in 2026 bij een kalenderboekjaar.
Rekenvoorbeeld: €20.000 beschikbaar voor uitkering
Stel dat je BV in jaar vier of later €20.000 beschikbaar heeft na vennootschapsbelasting en je beslist dat volledig als dividend uit te keren. Het verschil tussen het standaardtarief en VVPR-bis:
Ter context: dit dividend komt bovenop je loon als bedrijfsleider. De combinatie van een loon (belast via personenbelasting) en dividend (belast via roerende voorheffing als eindbelasting) is precies wat de BV-structuur fiscaal interessant maakt ten opzichte van een eenmanszaak waar al je inkomen als personenbelasting behandeld wordt.
Waarom drie jaar wachten?
De wachttermijn is geen arbitraire drempel. Het regime is bedoeld om duurzaam ondernemerschap te ondersteunen, niet om een snelle constructie op te zetten, dividend te trekken en te ontbinden. De drie jaar geven de fiscus de garantie dat de vennootschap een reële economische activiteit uitoefent.
Praktisch gezien betekent dit dat hoe vroeger je een BV opricht, hoe vroeger de klok begint te lopen. Wie pas in 2030 een BV opricht, start de VVPR-bis-wachttermijn ook pas dan. Dat maakt de oprichtingsdatum een van de meest onderschatte beslissingen bij het plannen van een vennootschapsstructuur.
Wat doe je met winsten uit jaar 1 tot 3?
Je hoeft de winsten van de eerste drie jaar niet te laten liggen. Er zijn twee gangbare opties.
De eerste optie is simpelweg wachten. Winsten blijven in de BV staan, belast aan vennootschapsbelasting, en worden later als dividend uitgekeerd. Of en hoe VVPR-bis van toepassing is op die opgepotte reserves hangt af van het moment van winstverdeling en de juridische vorm van de dividendtoekenning, niet louter van het jaar waarin de winst economisch werd opgebouwd. Laat dit bij vroegere reserves altijd nakijken door een boekhouder.
De tweede optie is de liquidatiereserve. De BV legt een speciale reserve aan en betaalt daarbij 10% anticipatieve heffing. Bij latere uitkering na de wachttijd betaal je nog eens roerende voorheffing. Twee regimes zijn van toepassing, afhankelijk van wanneer de reserve aangelegd werd.
Voor reserves aangelegd voor boekjaren die uiterlijk op 31 december 2025 afsluiten, gelden overgangsregels: afhankelijk van de ouderdom van de reserve kan 6,5% of in bepaalde gevallen 5% RV gelden na de wachttijd. Voor nieuwe liquidatiereserves aangelegd vanaf boekjaren die na 31 december 2025 afsluiten, geldt in principe 9,8% RV na drie jaar en 30% bij vroegere uitkering. Controleer de exacte overgangsregeling en inwerkingtreding met je boekhouder vóór de beslissing.
Voorwaarden om van VVPR-bis te genieten
Het regime is niet automatisch van toepassing op elke BV. De voornaamste voorwaarden, al is dit geen uitputtende lijst en raden we aan de specifieke situatie met een boekhouder te bespreken.
De aandelen moeten zijn uitgegeven vanaf 1 juli 2013 naar aanleiding van een inbreng in geld, bij oprichting of kapitaalverhoging. Ze moeten op naam zijn, volledig volgestort, en ononderbroken in volle eigendom van dezelfde aandeelhouder. De vennootschap moet kwalificeren als kleine vennootschap in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Bepaalde constructies met preferente aandelen of tussengeschoven holdings kunnen het regime uitsluiten.
Een BV die via omzetting van een eenmanszaak ontstaat, kan in principe ook van VVPR-bis genieten, mits de inbreng in geld gebeurt en de overige voorwaarden vervuld zijn.
De wijziging naar 18%: van toepassing op dividenden vanaf 1 juli 2026
De verhoging van het VVPR-bis-tarief van 15% naar 18% is gepubliceerd via programmawet op 1 juni 2026. Dividenden waarvoor VVPR-bis geldt en die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 juli 2026, zijn onderworpen aan 18% roerende voorheffing.
Concreet impact op het rekenvoorbeeld: bij 18% RV op €20.000 dividend blijft €16.400 netto over in plaats van €17.000 bij 15%. Dat is €600 minder per €20.000 dividend. Het regime blijft ook aan 18% aanzienlijk voordeliger dan het standaardtarief van 30%.
Conclusie
VVPR-bis is een van de concrete voordelen van een BV ten opzichte van een eenmanszaak. Het verlaagt de roerende voorheffing op dividend van 30% naar 18% zodra de vennootschap oud genoeg is, wat op jaarbasis duizenden euro's kan schelen afhankelijk van de uitgekeerde bedragen. De wachttermijn maakt de oprichtingsdatum relevant: wie te lang wacht, schuift het moment waarop het verlaagde tarief beschikbaar wordt naar achteren.
Voor winsten in de vroege jaren biedt de liquidatiereserve een alternatief. Of VVPR-bis voor jouw situatie het verschil maakt, hangt af van hoeveel winst je structureel in de vennootschap kunt laten staan. De simulator op Statuutcheck.be rekent het nettoverschil tussen eenmanszaak en BV door voor jouw specifieke profiel.
Bereken jouw nettoverschil
Voer je omzet, loon en dividendvoorkeur in. De simulator vergelijkt eenmanszaak en BV inclusief VVPR-bis-effect.
Start gratis simulatie →De informatie in dit artikel is indicatief en gebaseerd op de fiscale regels van kracht in 2026. VVPR-bis-tarief 18% geldt voor dividenden toegekend vanaf 1 juli 2026 (Programmawet gepubl. 1 juni 2026). Dit is geen fiscaal of juridisch advies. Raadpleeg altijd een erkende boekhouder of belastingadviseur voor beslissingen over dividenduitkering of vennootschapsstructuur. Liquidatiereserve-tarieven zijn in beweging en moeten vlak voor uw beslissing worden geverifieerd. Laatst nagekeken: 12 juni 2026. Statuutcheck.be is een handelsnaam van AP Vega BV (i.o.).